Nieuwe wetgeving over de taakstraf

Het Nederlandse strafrecht kent vier hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. Deze straffen zijn wettelijk vastgelegd in artikel 9 van het Wetboek van Strafrecht. De taakstraf kan bestaan uit een leerstraf, een werkstraf of een combinatie van een werk- en leerstraf. Wettelijk is geregeld dat een taakstraf maximaal 480 uren mag duren, waarvan niet meer dan 240 uren werkstraf.

De afgelopen jaren is de taakstraf, en dan met name de werkstraf, een populaire en veelvuldig door rechters opgelegde straf geworden. Sinds begin van dit jaar is er echter een wetswijziging gekomen waardoor de strafrechter minder vaak een taakstraf kan opleggen.

De invoering van het nieuwe artikel 22b in het Wetboek van Strafrecht heeft tot gevolg dat sinds kort verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven niet meer in aanmerking komen voor enkel een taakstraf. Onder ernstige zeden- en geweldsmisdrijven worden verstaan:
·    een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad;
·    een van de misdrijven - met een strafbedreiging lager dan zes jaar - omschreven in de artikelen 181 (ambtsdwang en wederspannigheid met letsel), 240b (kinderpornografie), 248a (verleiding van minderjarige tot ontucht), 248b (prostitutie door minderjarige), 248c (opzettelijk aanwezig zijn bij ontuchtige handelingen door minderjarige) en 250 Wetboek van Strafrecht (koppelarij).
Het nieuwe artikel brengt voorts mee dat ook bij soortgelijke recidive (= herhaling) binnen vijf jaren niet enkel een taakstraf meer mag worden opgelegd.

Er is echter in het wetsartikel nog wel een uitzondering geformuleerd: van de hiervoor beschreven beperkingen kan worden afgeweken als naast de taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (van maximaal zes maanden) of een vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. Dit betekent dat voortaan voor bovengenoemde misdrijven dus geen taakstraf gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf meer mag worden opgelegd, welke combinatie van straffen voorheen vaak werd gebruikt en ook door de reclassering aan de rechterlijke macht werd geadviseerd uit het oogpunt van het voorkomen van recidive.

Vele strafrechtadvocaten zullen het nieuwe wetsartikel daarom niet omarmen. Juist in het strafrecht is het van belang dat rechters in individuele gevallen een stukje maatwerk kunnen leveren. Met de invoering van dit wetsartikel worden zij hierin flink beknot.

14 februari 2012


Van Zandvoort en Lauwen Advocaten Oss

Written by lauwen